WaterwerkUw RegioExtraHot NieuwsContact Us

Watertrails 
Brevetten 
Training 
Erkende brevetten 
HomeWaterwerk

 

Waterwerk

 

Vaak hoor je eigenaren van Newfoudlanders over hun hond verzuchten: “hij springt overal de plomp in en is er niet meer uit te slaan”. Maar waarom zou je daar een probleem van maken? Maak gebruik van zijn natuurlijke aanleg en zijn voorliefde voor water. Ga waterwerk met je Newfoundlander  doen!

De Newfoundlander komt oorspronkelijk van Newfoundland, een onherbergzaam eiland voor de oostkust van Canada. Daar was deze hond een onmisbare hulp van de vissers. De Newfoundlanders trokken bootjes, sloepen en visnetten aan wal, maar redden ook overboord gevallen zeelieden uit het zilte nat en apporteerden soms geschoten vogels uit het water.  

De Newfoundlander heeft een dikke, dubbele vacht die tevens vetachtig en waterafstotend is. Daardoor blijven de honden niet alleen warm, maar blijft de huid onder die vacht droog, ook bij langdurige onderdompeling. De dikke vacht heeft overigens nog een functie. Tijdens het zwemmen waaieren de haren uit over het oppervlakte van het water. Door de tussen de vacht hangende luchtdeeltjes wordt het drijfvermogen van de honden vergroot. Om een zo krachtig mogelijke stuwkracht bij iedere zwemslag te bereiken, beschikt de Newfoundlander over zwemvliezen tussen zijn tenen. Daarnaast is er bijna geen exemplaar te vinden die niet gek op water is. 

Oefeningen

Er drie officiële oefeningen. De eerste is een rubber roeiboot met enige mensen erin ophalen. Daartoe loopt de hond vanaf de kant het water in en zwemt de hond over een afstand van 30 of 50 meter naar de boot en krijgt de hond een lijn ( met of zonder dummy ) aangereikt die aan de boot vastzit. Met de lijn in zijn bek trekt de hond de boot terug naar de kant. Bij de tweede oefening wordt er van de hond verwacht dat hij over diezelfde afstand vanaf de kant naar een boot zwemt en daar een levensgrote pop ophaalt die is gemaakt van een surfpak, gevuld met piepschuim. Deze ‘drenkeling’ moet de hond vervolgens, bij zijn arm vasthoudend, aan wal zien te brengen. Voor de laatste oefening gaat de hond mee de boot in. Eenmaal op afstand aangekomen,  wordt er een dummy overboord gegooid en moet de hond zonder hulp uit de boot springen, de dummy pakken en naar de kant toe brengen. Deze oefening kan ook alleen op commando gebeuren en wordt er geen gebruik gemaakt van een dummy. Overigens kan de voorgeschreven afstand aangepast worden als de omstandigheden, zoals slecht weer of sterke stroming, dat vereisen. De honden zijn verdeelt in de jeugdklasse (8 tot 20 maanden), open klasse (20 maanden to 8 jaar) en seniorenklasse (vanaf 8 jaar). Het verschil is gelegen in de afstanden die de hond dient te zwemmen. Om afwisseling in het werk te houden en automatisme bij de honden te vermijden, wordt er tijdens de trainingen geen vast programma gehanteerd en proberen we zo min mogelijk nog gebruik te maken van de oranje dummy maar meer met diverse voorwerpen en touwen. Onder de noemer ‘spelevaren’ worden er naast de officiële oefeningen ook nog andere dingen getraind. Zo laat men de hond in het water drijvende echte mensen redden. Dat kan zowel vanuit de boot als vanaf de kant gebeuren. Van de hond wordt verwacht dat hij de persoon aan de hand of met behulp van een door de persoon vastgehouden dummy (voorkomt blauwe plekken) naar de kant sleept. De meer ervaren honden worden ook ingezet om lege boten op te halen.

Plonsende puppy’s

Met waterwerk kan begonnen worden zodra een pup al zijn vaccinaties heeft gehad, dus vaak al op een leeftijd van twaalf weken. Dat is mogelijk omdat iedere vorm van dwang ontbreekt, plezier in het werk staat voor zowel baas als hond voorop. Of je nu met een pup of een oudere hond start, altijd wordt eerst gekeken of de hond kan zwemmen. De hond wordt opgetild of, ondersteund door een in waterdicht pak gestoken begeleider, langzaam het water mee ingenomen en dan rustig losgelaten richting de wallekant waar zijn baas staat. Als de hond te diep dreigt te zinken wordt hij aan zijn flanken iets omhoog geholpen. Hoewel vrijwel iedere Newfoundlander  in staat zijn het hoofd boven water te houden is er wel degelijk verschil tussen zomaar wat door het water ploeteren en geoefend zwemmen. Soms spartelen in het begin alleen de voorpoten en dan wordt de hond rustig geholpen horizontaal te blijven tot hij beseft dat hij ook zijn achterpoten mee kan laten werken. De tweede keer gaat het vaak al een stuk beter en aan het einde van de eerste trainingsdag is vrijwel iedere hond, jong of oud, in staat om een meter of tien zelfstandig naar de boot te zwemmen. De beste zwemmers  houden het bovenste deel van hun rug droog en gaan in een rechte lijn, een teken dat ze voor- en achterpoten alle vier evenredig inzetten. De voorbereidingen op het echte werk vinden thuis plaats. Daar wordt de waterwerker in spé enthousiast gemaakt met een dummy of een ander voorwerp zoals bijv. een touw. Er wordt mee gespeeld en de hond wordt geleerd de dummy of een ander voorwerp vast te houden en te apporteren.

De training

Tijdens het waterwerk dragen alle honden een zwemtuig of indien nodig een speciaal zwemvest. Een zwemtuig bestaat uit een borsttuig, dat de vrije beweging op geen enkele manier belemmert. Het tuig is met name bedoeld voor de veiligheid van de hond, iets wat bij iedere training hoog in het vaandel staat. Boven op de rug, net achter de schoft bevindt zich een handvat. Hieraan kan men de hond helpen maar ook, in geval van nood, met één beweging de hond uit het water omhoog tillen. Aan weerszijden hiervan zijn twee drijvende, gekleurde ringen bevestigd waaraan een te redden drenkelinghouvast kan vinden.

Als een Newfoundlander voor het eerst komt waterwerken zal er eerst gekeken worden hoe de hond zwemt.Nadat is vastgesteld dat de hond goed kan zwemmen neemt de eigenaar van de hond plaats in de boot en wordt de hond aangemoedigd er achteraan te zwemmen terwijl ze wegroeien. In een later stadium gaan we proberen of de hond ook naar een vreemde in de boot zal zwemmen. In het begin gaat het maar om een kort stukje, welke langzamerhand wordt verlengd tot de vereiste afstand van50 meter. Bij de boot aangekomen krijgt de hond de dummy of touw  en wordt hij door de op de kant achtergebleven tweede baas of bekende terug geroepen. Mocht de hond nog te jong zijn om een boot te mogen trekken dan krigt de hond, om er gelijk aan te wennen dat er op de terugweg iets achter hem aansleept, een dummy aangereikt waar een licht surfboardje aan bevestigd is of hij mag de boot ‘trekken’ terwijl men mee roeit om het de hond makkelijk te maken. Tot de hond de nodige ervaring heeft opgedaan komt er dus geen kracht bij kijken met uitzondering van de kracht die het zwemmen zelf vereist. Eenmaal aan land staat de hond eerst even uit te lekken omdat een natte Newfoundlander, ondanks zijn waterafstotende vacht, bijna tweemaal zo zwaar is als een droge. Dan krijgt hij zijn beloning in de vorm van wat lekkers of een spelletje, al zien sommige honden het gepoedel in het water op zichzelf al als de ultieme vorm van beloning. Als ze de kans krijgen draaien ze zich om en spurten gelijk weer terug de plomp in. Ook het uit de boot springen wordt langzaam opgebouwd, eerst met hulp en pas later mag de hond de sprong alleen wagen. Alles geschiedt op vrijblijvende basis, er wordt nooit meer van de hond verlangd dan hij wil en aankan. Spelenderwijs leren de hondse waterratten alles wat nodig is om een goede waterwerker te worden.

Problemen

Behalve het simpele feit  dat het merendeel van de Newfoundlanders  het waterwerk gewoonweg geweldig vindt, zijn er meer redenen te bedenken om deze aparte tak van "hondensport" te gaan beoefenen.  Zoals bij veel grote rassen is ook bij de Newfoundlander heupdysplasie een helaas te vaak voorkomende kwaal. Zwemmen is een uitstekende bewegingsvorm die zorgt voor een goed gespierde hond zonder het dier te veel te belasten. En een goede bespiering kan ervoor zorgdragen dat eventuele HD-problemen binnen de perken blijven.

Een andere reden is de betere controle over de hond. Een veel gehoorde klacht van Newfoundlander-bazen is dat hun hond in iedere baggersloot springt die hij tegenkomt. Een ander probleem kan zijn dat hun hond het water instapt en onder geen voorwaarde meer te bewegen is er weer uit te komen. In de volledige overtuiging dat de baas toch niet bij ze kan komen peddelen ze hun rondjes en als ze vingertjes hadden zouden ze zeker de middelste uitdagend omhoog steken. Door ze te leren dummy’s en andere voorwerpen uit het water te apporteren en het water te verbinden aan nog veel leukere dingen dan alleen maar zwemmen, krijg je dit gedrag onder controle en dat scheelt, zeker op minder mooie dagen, een hoop ergernis. 

Waar en door wie?

Onder auspiciën van de Nederlandse Newfoundlander Club wordt er op zes plaatsen in Nederland waterwerk beoefend. Het seizoen loopt meestal van begin april tot eind september en tegen betaling van een luttel bedrag mag er door elk NNFC lid meegedaan worden. De afsluiting van het seizoen wordt gevormd door de landelijke watertrials waar honden van alle waterwerkgroepen het tegen elkaar opnemen. Omdat de honden niet allemaal tegelijk te water gaan worden er een flink aantal uurtjes bij het water doorgebracht en dat wordt zo gezellig mogelijk gemaakt. Op een groot grasveld staan een flink aantal stevige grondpennen met fleurige parasolletjes erboven. Daar bivakeren de honden tussen de bedrijvigheden door. Ook de honden zelf, allemaal in zwemtuig gestoken, vormen een vrolijke aanblik met de felgekleurde drijfringen die langs hun schoften afhangen. Voor de bazen staan er enkele partytenten waar ze bij slecht weer hun toevlucht kunnen zoeken. De waterwerkers vormen een ontspannen groepje en er hangt een gemoedelijke sfeer, zowel onder de mensen als onder de honden. Er is geen sprake van een competitie-element en om mee te trainen moet men wel lid van de Nederlandse Newfoundlanderclub te zijn. Gewoon even inschrijven en voor een heel klein prijsje heb je onder deskundige leiding een dag lang plezier met je hond.

 

                   Zwemmen

 

1. Zwemmen remt de gewrichtsslijtage (die artrose wordt genoemd) af. Gewrichtsslijtage ontstaat door beschadiging van het kraakbeen (= de binnenbekleding) van de gewrichten.Tijdens het zwemmen worden de gewrichten bewogen zonder dat ze belast worden. Niet belasten van de poten vermindert de druk op de gewrichten waardoor minder kraakbeenbeschadigingen ontstaan en het minder pijnlijk is reeds versleten gewrichten te bewegen. Tevens wordt door bewegen meer gewrichtsvloeistof gevormd. Deze vloeistof voedt het kraakbeen en smeert het gewricht.In het water kunnen geen plotselinge scherpe bochten worden gemaakt, zoals bij het spelen met een balletje op een grasveld. Bij deze balspelletjes worden de gewrichten, pezen en banden overbelast. Ze bevorderen gewrichtsslijtage en kunnen verscheuring van de pezen en banden veroorzaken.

2. Door de rechtlijnige bewegingen die de achterpoten tijdens het zwemmen maken, worden de bilspieren op een juiste wijze getraind. Sterke spieren zorgen dat de gewrichten goed op elkaar aansluiten. Hetgeen van belang is voor een goede ontwikkeling van de heupen.

3. Zwemmen in kalm water is goed voor het versterken van de buik- en rugspieren van honden met een lange rug, zoals bij de teckel. Bij het zwemmen heeft de hond het voordeel, dat het water gedeeltelijk het gewicht opheft dat aan de rug hangt, waardoor de wervelkolom minder belast wordt.

4. Stromend water masseert de spieren.

5. Het zoute water van de zee helpt vele vormen van huidontstekingen te genezen en te voorkomen.

Welke honden mogen / kunnen niet zwemmen?

1. Honden onder de leeftijd van een half jaar mogen alleen onder begeleiding!

2. Honden, die door het water vaak last krijgen van oorontstekingen of steeds diarree krijgen met of zonder braken.

3. Honden:met een korte snuitpartij b.v. de Engelse Bulldog en de Boston Terriër en met korte poten en een zwaar lichaam b.v. de BassetHound.

4. Honden die verzot op water zijn en er wel induiken maar niet kunnen zwemmen. Dus kijk of uw hond kan zwemmen en zijn / haar kop boven water kan houden. Zwemmen is niet alleen met de voorpoten spartelen. Ook de achterpoten moeten krachtige voortstuwende bewegingen maken.

 
   Waar liever niet zwemmen!
    1. Niet in erg koud water want dan kunnen de spieren verkrampen.
    2. Niet in ondiepe sloten of kleine poelen.
    3. Niet als het water in een meer aan het eind van de zomer zo opgewarmd is, dat een flinke algengroei heeft plaats gevonden.
       Hier kunnen honden jeuk van krijgen.
    4. Niet als de zee te ruw is óf in geval van aflandige wind of een sterke onderstroming.
    5. Niet als de hond jeuk krijgt van het zoute water van de zee óf de hond direct na het zwemmen goed afspoelen met lauw  leidingwater.
    6. Niet als de hond ziek is of een hele slechte conditie heeft want zwemmen kost veel meer energie dan bijvoorbeeld naast de fiets lopen.
         5minuten zwemmen staat gelijk aan 8 km wandelen.

           Kan mijn hond gelijk zwemmen?

 Nee, het is niet vanzelfsprekend dat iedere hond kan zwemmen.

 Al is een Newfoundlander van nature een waterhond, ook dit ras moet leren zwemmen.
 Leren zwemmen doet men altijd onder begeleiding.

   

      Hoe moet ik mijn hond leren zwemmen?                
  • Allereerst laat u uw hond voorzichtig wennen aan het water.
  • Nooit geforceerd de hond het water in trekken of duwen. De hond houdt dan altijd een angst voor het water.
  • Stel uw hond op zijn/haar  gemak en laat zien dat het niet eng is om het water in te gaan.
  • Eenmaal in het water roept u de hond terug of neemt u de hond terug en beloont u de hond zodat de hond weet: “Dat is best leuk en ik krijg er nog een beloning voor ook!”
 
En dan leren zwemmen.
  • Om de hond goed te leren zwemmen, benadert u de hond met beleid en geduld. Stel uw hond gerust.
  • De hond heeft net geleerd dat het leuk is om het water in te gaan. Dat willen we ook zo houden.
  • Neem de hond mee het water in.
  • Zodra de hond geen bodem meer voelt, kan hij/zij in paniek raken en gaat het spartelen met de voorpoten.
  • Ga achter de hond staan en pak de hond bij de flanken beet, zodat de achterkant van de hond boven komt.
  • De hond ligt nu horizontaal op het water. Houd de hond goed vast en stel deze gerust.
  • Zodra het ergste gespartel over is, laat u de hond los en u zult zien dat de hond zwemt. Uiteraard krijgt de hond weer een beloning als deze terug is op de kant.
  • Doe deze oefening niet te vaak achter elkaar. Het is best vermoeiend voor de hond want 5 minuten intensief zwemmen staat aan 8 kilometer lopen met de hond.
  • Het leren zwemmen, kan ook met behulp van een zwemvest. Ook dan is begeleiding gewenst.
  • Na een paar keer oefenen ziet u dat de hond er plezier in krijgt om te gaan zwemmen.
  • Maar houd des ondanks altijd de hond in de gaten! Kijk hoe uw hond zwemt en blijf in de buurt van de hond en als u twijfelt over het zwemmen van uw hond, trek dan uit voorzorg de hond een zwemvest aan. Het is geen schande dat uw hond met zwemvest aan zwemt. Dit is voor de hond zijn eigen veiligheid maar ook voor de veiligheid van u zelf.

          Zwemtuig:                                                                                                              

Voor een dagje waterwerk en ook met het meedoen aan de watertrails, is een zwemtuig verplicht.
Zwemtuigen zijn in verschilende uitvoeringen te verkrijgen.
Deze kunnen gekocht worden via de clubwinkel of soms via de locatie waar men wil gaan trainen.       
Met het zwemtuig kan men de hond corrigeren tijdens de training, de hond begeleiden.   
Aan de ringen, die aan de zijkant van de hond hangen, kan een drenkeling zich vasthouden ( zie de foto hieronder ). Zo kan de hond u veilig naar de kant terug brengen.

          

      
Vraag & Antwoord.
Vraag: Wanneer mag mijn pup zwemmen?
Antwoord: Als de hond zijn laatste inentingen heeft gehad, meestal met 12-13 weken.
Vraag: Moet men lid zijn van de NNFC?
Antwoord:  Ja, u moet lid zijn om te mogen waterwerken. Bent u nog geen lid maar wilt u wel kijken of waterwerk iets is voor u en de hond , dan kan u uiteraard wel een aantal keren komen trainen.
Vraag: Heeft u een routebeschrijving van de locatie waar ik wil zwemmen?
Antwoord:  De routebeschrijving kunt u terug vinden op de website van de NNFC
Vraag: Wat zijn de kosten van een dagje waterwerk?
Antwoord: U betaald € 1 per waterwerkdag per hond.
Vraag:  Ik heb twee honden. Een Newfoundlander en een ander ras. Mag die ander ook waterwerken?
Antwoord:  Dat is regio afhankelijk en mits hij/zij wel kan zwemmen maar deze is wel uitgesloten voor deelnamen aan de watertrails.
Vraag: Is een zwemtuig verplicht?
Antwoord: Ja, bij elke oefening is een zwemtuig of zwemvest verplicht.
Vraag: Ben ik verplicht om een zwemvest te dragen in de boot?
Antwoord:  Ja, u bent verplicht om een zwemvest te dragen. Dit is voor uw veiligheid en voor de verzekering.
Vraag: Mijn newfoundlander  heeft geen stamboom mag hij toch mee doen met trainen en watertrails?
Antwoord : Ja u hond mag gewoon meedoen en tijden de watertrails zit hij/zij in een aparte klasse
Vraag: Hoelang duurt een waterwerkdag?
Antwoord: Dat verschild per regio
Vraag: moet ik gelijk een zwemtuig hebben?
Antwoord:Nee bij elke regio zijn er tuigjes die je even mag gebruiken,alleen na elke oefening moet deze weer af voor de volgende hond.
Vraag:Hoe kom ik aan een grondpen om mijn hond tijdens de training vast te leggen?
Antwoord: De meeste mensen maken deze zelf,een goed altenatief is een aanmeerpen die zijn verkrijgbaar bij een goede boten shop.
 
 
Wij krijgen regelmatig aanvragen binnen voor waterwerk voor Landseers of Leonbergers of zij ook mogen mee  trainen via de NNFC?
Het antwoord is nee.
Deze zijn uitgesloten op de training van de nnfc mits de eigenaar een Newfoundlander heeft en dan beslist de regioleider of deze mee mag trainen.
De Leonberger vereninging organiseerd zelf waterwerkcursusen zie deze link .
 
 
 
 
Staat uw vraag hier niet bij, dan kunt u ons gerust een mailtje sturen en proberen wij zo snel mogelijk met een antwoord te komen.
 

Speurwerk op het water 

Het opsporen van verdronken personen met behulp van reddingshonden.
De brandweer verleent assistentie bij het zoeken naar, en het bergen van, verdronken personen. Reddingshonden kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Het zicht in de Nederlandse wateren is vaak zo slecht dat duikers grote moeite hebben met het zoeken onder water.
Het woord reddingshonden is eigenlijk niet goed gekozen, want tegen de tijd dat onze honden aanwezig zijn zal er niets meer te redden zijn. Het zoeken naar verdronken personen met behulp van reddingshonden heeft als doel om zo snel mogelijk overleden personen te kunnen bergen, zodat de onzekerheid bij nabestaanden weggenomen kan worden en deze met hun rouwproces kunnen beginnen. De hondengeleiders zijn allen vrijwilligers en komen uit het hele land. Het zoeken naar verdronken personen met honden is dan ook een non-profit activiteit met een professioneel karakter.
Tot in dejaren 80 werd er in Europa aangenomen dat honden niets konden ruiken dat zich onder water bevond. In deze tijd kwam het waterzoekwerk wel van de grond in Amerika. In November 1991 werd in Berlijn het Reddingshonden congres van de IRO (International Rescuedog Organisation) gehouden. Hier werd een demonstratie gegeven met zogenaamde waterzoekhonden. Zelfs na deze overtuigende demonstratie bleven sommige mensen volhouden dat dit niet kon. Men "weet" toch dat een crimineel politiehonden kan misleiden als hij door het water loopt! Toch werden naar aanleiding van deze demonstratie op diverse plaatsen in Europa en ook in Nederland honden getraind om verdronken personen te zoeken.
Ook het Veterinair Reddingshonden Team (VRT) heeft zulke honden opgeleid. In Nederland bestaat  nog geen certificering voor waterzoekhonden maar het VRT gebruikt voor waterzoeken alleen honden,  die minimaal gecertificeerd zijn voor het Koninklijk Nederlands Politie Hond reddingshonden examen puinzoeken of vlaktezoeken.
Hoe leer je nu een hond zoiets aan?
De basis van alle reddingshondentraining is de buitdrift. De hond moet gek zijn op een speeltje, een bal of zoiets. Je begint dan met een duiker half in het water, iemand geeft het speeltje van de hond aan de duiker terwijl de hond het ziet. Dan mag hij naar de duiker toe om zijn speeltje te halen. Dit bouw je langzaam uit totdat de duiker onder water is en de hond moet gaan zoeken. Als de hond bij de duiker is komt deze boven en geeft de hond zijn speeltje.
Naast de duiker wordt er ook geoefend op haren en pseudo-geur. Pseudo-geur is een chemisch product dat een aantal stoffen en geuren bevat die ook een verdronken persoon afgeeft. Het zijn capsules die gedurende 30-45 minuten werkzaam zijn. Ook hier wordt de hond op getraind en als hij het heeft gevonden wordt hij weer beloond met zijn speeltje. Deze oefeningen worden van de kant af gedaan en later ook vanuit een boot. 
Hoe werkt het?
Alhoewel er veel wetenschappelijk werk wordt verricht naar geuren is er toch veel onbekend over het reukvermogen van de hond. Dit geldt in het bijzonder voor het vinden van een verdronken persoon. Naast een enorm reukvermogen gebruikt een hond ook een veel groter deel van zijn hersenen voor het ruiken. Als je het zou willen vergelijken lijkt het ruiken van een hond meer op ons luisteren en kijken. Zoals wij een visueel beeld en een geluidsbeeld van onze omgeving vormen, vormt een hond een geurbeeld van zijn omgeving. Zoals wij een speciaal geluidje uit een hoop omgevingsgeluid op kunnen pikken kan een hond een speciale geur oppikken uit een heleboel andere geuren.
Eén ding is zeker-- het werkt!
Voordat een hond iemand kan ruiken moet de geur bij de hond kunnen komen. Een persoon staat continu geur af, of hij nu boven of onder water is. De geur kan veroorzaakt worden door oplosbare en onoplosbare (vetachtige) stoffen, vloeistoffen en gassen die vrijkomen. Gassen stijgen naar het oppervlak en komen daar vrij, oplosbare stoffen lossen op en komen door diffusie en stroming van het water aan het oppervlak, vetachtige stoffen drijven naar het oppervlak en vormen daar een dunne film op het water. Er zijn veel omstandigheden die de geurverspreiding en daardoor het zoeken van de hond beïnvloeden, zoals de temperatuur van de lucht en het water, stroming van het water en wind. Bijvoorbeeld in het najaar zal een plas vrij warm zijn, de luchttemperatuur kan dan speciaal in de avond en ochtend laag zijn. In dit geval zal er warme lucht boven de plas opstijgen en lucht van de koudere omgeving aanzuigen. Als er dan weinig wind is zal een hond die langs de kant loopt niets kunnen ruiken van wat er zich in de plas bevindt. Omdat de luchtstroming van de kant naar de plas is. Ook kan het gebeuren dat in een plas waterlagen ontstaan met verschillende temperaturen (stratificatie). Duikers kennen dit verschijnsel zeker wel. Deze gelaagdheid kan er soms voor zorgen dat er nauwelijks geur naar het oppervlak komt. Dit zijn factoren waar de geleider en de inzetleider rekening mee moeten houden. Ook hoeft de plaats waar de hond aangeeft niet de plaats te zijn waar het slachtoffer zich bevindt, afhankelijk van diepte, stroming en wind zal het slachtoffer zich in werkelijkheid stroomopwaarts en bovenwinds van de aangegeven plek bevinden. Ondanks al deze factoren kan een ervaren team (hond en geleider) vrij nauwkeurig de locatie van het verdronken slachtoffer aanwijzen (tot op enkele meters)
Hoe zie je dat een hond iets gevonden heeft?
Niet alle honden geven dit op dezelfde manier aan en de geleider weet het best wanneer een hond iets ruikt. Er zijn wel een aantal typische gedragingen. Als een hond iets ruikt zal hij langs de boot lopen naar de kant waar de geur vandaan komt. Vaak gaat hij ook met zijn kop laag boven het water en sommigen proeven ook het water. Als je dicht bij de geurbron komt zullen sommige honden gaan blaffen, anderen gaan aan de rand van de boot krabben of met hun poot in het water krabben of gaan in een stuk touw bijten. Ook zijn er honden die in het water springen en naar de bron toe zwemmen. De geleider kent zijn hond het best en zal deze reacties herkennen. 
De praktijk.
Bij een vermissing op het water kunnen onze honden ingeschakeld worden. Na alarmering zal het enige uren (1/2 uur-3 uur) duren voordat de hondenteams ter plaatse zijn.Als de vermissing in een niet te brede rivier of kanaal is kan er vanaf de kant gewerkt worden aan de benedenwindse kant. Bij voorkeur moeten er dan geen mensen aan de andere kant van het water zijn. Op een plas moet er vanuit een boot gewerkt worden, de kanten kunnen dan ook door honden afgezocht worden.

De praktijk.Bij een vermissing op het water kunnen onze honden ingeschakeld worden. Na alarmering zal het enige uren (1/2 uur-3 uur) duren voordat de hondenteams ter plaatse zijn.Als de vermissing in een niet te brede rivier of kanaal is kan er vanaf de kant gewerkt worden aan de benedenwindse kant. Bij voorkeur moeten er dan geen mensen aan de andere kant van het water zijn. Op een plas moet er vanuit een boot gewerkt worden, de kanten kunnen dan ook door honden afgezocht worden.Het is van belang dat er informatie is over stroming en diepte, vaak weten sluiswachters of lokale vissers hier veel over.De boot vaart een zigzag patroon dwars op de wind. Als de hond iets aangeeft wordt de locatie vastgelegd met GPS en door observatie vanaf de kant. De hondengeleider zal door met de boot te manoeuvreren een gebied proberen te bepalen waar de hond geur heeft. Aan de hand van diepte, wind en stroming kan dan geschat worden waar het slachtoffer zich bevindt. Vrijwel altijd zal een tweede hond ter verificatie gebruikt worden. Soms kan met sonar een slachtoffer herkend worden. Dan is het de taak van de duikers om het slachtoffer te vinden en te bergen. Als er duikers in het water zijn geweest is het niet mogelijk om binnen een uur weer op die plaats met honden te zoeken.

 

 

[Home][Waterwerk][Uw Regio][Extra][Hot Nieuws][Contact Us]

Copyright (c) 2005 My waterwerk-newfoundlander. All rights reserved.

waterwerk-newfoundlander@live.nl